Albert Gerard Henri van Sluijs

Albert Gerard Henri van Sluijs (1872 - 1939)

Born in Zutphen, Gelderland, Nederland
Died at age 66 in 's-Gravenhage, Zuid-Holland, Nederland
Loading...


Contents

Biography

Albert Gerard Henri van Sluijs is geboren op 29 April 1872 te Zutphen, Gelderland, Nederland. Een zoon van Cornelis Johannes van Sluijs en Grada of Gerritje Rouwenhorst.[1]

Na de middelbare school doorloopen te hebben, studeerde hij te Delft voor Ind.- ambtenaar. In 1893 werd hij uitgezonden n. Ned.-Indië, waar hij als bestuursambtenaar 12½ jaar onafgebroken werkzaam was in de gewesten Celebes en Menado. Teruggekeerd van het nadien verkregen Europeesch verlof, werd hij benoemd tot controleur in de residentie Ambon. Van 1912-1915 was hij werkzaam als assistent-resident ter beschikking van den gouverneur van Celebes en Onderhoorigheden te Makassar, om dan voor de tweede maal met groot verlof naar Europa terug te keeren. Hij hervatte zijn werkzaamheden in de tropen als assistent-resident van Groot-Atjeh en nadat hij in 1917 bevorderd was tot resident ter beschikking van den toenmaligen civielen en militairen gouverneur Henri Nicolas Alfred Swart (1863-1946), volgde hij dezen in Sept. 1918 op als gouverneur van Atjeh.

Met de benoeming van hem tot gouverneur gaf de Regeering te kennen, dat zij den politieken toestand in Atjeh voldoende gunstig vond, om een scheiding te bewerkstelligen tusschen militair en civiel gezag, dat voordien vrijwel onafgebroken in militaire hand vereenigd was geweest. Het leger had toen zijn taak wat betreft de onderwerping van Atjeh grootendeels vervuld en thans moest de bestuursambtenaar orde en regelmaat scheppen in de politieke en economische toestanden. Krachtig nam hij, voor zoover de geldmiddelen dit toelieten, den aanleg van nieuwe wegen en verbindingen ter hand, de rijstaanplant werd uitgebreid, het volksonderwijs werd gereorganiseerd, terwijl ook op het gebied van volksgezondheid, volkshygiëne, krankzinnigenverpleging (krankzinnigengesticht op Poelau Wéh) enz. vele verbeteringen tot stand kwamen. Afkoop van heerendiensten werd algemeen toegepast en intergewestelijke verbanningen werden opgeheven. Door al deze maatregelen had de pacificatie van het Gewest goeden voortgang wat bleek uit het vrijwillig zich melden bij het Bestuur van bijna alle nog rondzwervende verzetslieden (zgn. "djahats") en het in grooten getale terugkeeren van Pinang en van den Malakka overwal van daarheen uitgewekenen, waaronder verscheidene invloedrijke geestelijken.

Na een verlof van zes maanden, waarvan hij op 24 december 1922 terugkeerde in Koetas Radja, kwam in Mei 1923 een onverwacht einde aan het gouverneurschap van deze bestuursambtenaar bij uitnemendheid, toen hij wegens droevige familie-omstandigheden besloot naar Nederland terug te keeren (in verband met het overlijden van zijn oudste dochter in Nederland[2]). In 1921 erkende de Regeering officiëel zijn vele verdiensten met zijn benoeming tot ridder i. d. orde v. d. Ned. Leeuw. In tijdschriften op het gebied van Binnenl. bestuur verschenen artikelen van zijn hand. Hij interesseerde zich zeer voor de geneeskunde en zeilen werd door hem veel beoefend op zijn dienstreizen.

Hij trouwde op 7 april 1898 in Gorontalo, Menado, Nederlands-Indië, met Marianne Bauermann,[3][4] geboren (erkenning) op 23 mei 1875 in Makassar, Celebes, Nederlands-Indië.[5]

Hij is overleden op 7 maart 1939 te 's-Gravenhage, 66 jaar oud.[6][7]

Een onderhoud met gouverneur van Sluijs

Een Nederlandsche medewerker van het Bat. Nwsbld. heeft een onderhoud gehad met den kortgeleden in Indië teruggekeerden gouverneur van Atjeh den heer A. G. H. van Siuijs. Daarbij kwam het gesprek op de geruchten betreffende een zekere „animositieit' in Atjeh tusschen het civiel en het militair bestuur. De heer van Siuijs noemde deze geruchten „allemaal onzin” en zeide, dat er geen sprake was van eenige animositeit. De oorzaak van deze geruchten is, dat in Atjeh het militair gezag zou worden vervangen door het civiele bestuur en het is begrijpelijk, dat er, doordat het militaire en civiele bestuur „uit elkander moest worden gehaald”, wel eens verschil van meéning ontstond. De heer van Siuijs kon zich uit de 7 jaren dat hij in Atjeh zit in het geheel maar twee gevallen, herinneren, waarin hij moest „optreden" en hier gold het ten slotte allerminst zwaarwichtige zaken.

Hierna kwamen de vele moorden op Europeanen in Atjeh ter sprake. De diepste oorzaak hiervan ligt volgens den gouverneur in de mentaliteit van de Atjehbevolking. Alles, wat in Atjeh op twee beenen loopt, haat iedere belanda. Die haat — behoeft het nog te worden gezegd? — is heriditair, aldus de heer van Siuijs. Daarnaast staat de prang sabil, de heilige oorlog. Want al is de oorlog feitelijk al uitgestreden, er zijn tal van Atjehers, die op hun eigen houtje een prang sabil willen beginnen en dan zooveel mogelijk Europeanen van kant trachten te maken. Het is de godsdienst, die de haat van den Atjeher, tegen den Europeaan toespitst. De heer van Sluijs meende, dat het grootste deel van die moorden voorkwam uit geesteskrankheid en wees op de talrijke krankzinnigen in het gewest, zoodat de behoefte aan een gesticht zeer groot is. Wegens de bezuiniging werd de post voor een gesticht op de begrooting geschrapt. Dat het zoo lang duurt, voordat Atjeh een krankzinnigengesticht heeft, wijtte de heer van Siuijs aan de B. O. W. die veel te kostbare ontwerpen maakt.

Met zichtbare voldoening wees de heer van Siuijs nog op de bestuurshervorming, door hem gedaan gekregen, n.l. dat er twee ass.-residenten meer zjjn benoemd, daar de te besturen gebieden veel te uitgebreid waren. Van een cultuurgebied Atjeh verwachtte de gouverneur met veel. Atjeh zal in de toe- komst nimmer worden, wat de Oostkust thans is. [...] [8]

OUD-GOUVERNEUR VAN SLUYS †

Eerste civiele bestuurder van Atjeh.

Te 's-Gravenhage is, 66 jaar oud, overleden de heer A. G. H. van Sluys, oud-gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden. De overledene was ridder in de orde van den Nederlandschen Leeuw. Het stoffelijk overschot is heden gecremeerd. Het leven gaat snel, vooral bij Indische verhoudingen. Zoo behoorde de oud-gouverneur van Atjeh en Onderhoorigheden A. G. H. van Sluys alweer tot de „ouderen", in de geschiedenis van het B.B.-corps, in Indië wel te verstaan, want het leven van de gepensionneerden in Den Haag, daar stond deze vitale en opgewekte Indischgast nog met beide beenen in. Al verhinderde een ernstige kwaal den laatsten tijd, dat Van Sluys zich zoo geregeld en veelvuldig in het openbaar vertoonde als vroeger, zijn actieve geest hield zich in volle belangstelling bezig met de dagelijksche gebeurtenissen. Na zijn door een treurige familie-omstandigheid vervroegde ontslagaanvrage uit den dienst kon de toen 51-jarige geen rust en bevrediging vinden in een bestaan van lediggang. Hij aanvaardde de leiding van den Pensioenbond van Indische burgerlijke ambtenaren en heeft deze in een emotierijken tijd vol ijver en op uitstekende wijze waargenomen. In de Haagsche burgerwacht maakte hij zich als een van de chefs der economische afdeeling verdienstelijk, de regeering vertrouwde hem het regeeringscommissariaat by de Sabang-maatschappij toe. De Vrijmetselarij verliest in Van Sluys een vooraanstaand en toegewijd broeder.

Gouverneur Van Sluys was een serieus en bekwaam ambtenaar met een sterk organisatorisch talent. Zijn goede staat van dienst als assistent-resident op Celebes vooral was voor de regeering aanleiding om hem te belasten met de uitvoering van de splitsing van het militair en civiel bestuur in Atjeh; een moeilijke taak waarin Van Sluys echter tot volle tevredenheid der regeering te Buitenzorg slaagde. Hij moest daarbij wel eens autoritair optreden en zijn politiek die uiteraard afweek van de voorheen in dat gewest gevolgde lijn lokte wel eens critiek uit, maar de resultaten hebben den eersten civielen gouverneur van Atjeh ten slotte in het gelijk gesteld. Zijn diensten werden erkend met een ridderorde van den Nederlandschen Leeuw.

De heer A. G. H. van Sluys werd te Zutphen geboren op 29 April 1872. Hij bracht zijn jeugd door in Zeeland, waar hij ook de lagere school afliep. Hij bezocht de H. B. S. te Goes, deed eindexamen te Haarlem en studeerde vervolgens bij de Indische Instelling te Delft. Als jong ambtenaar werd hij eerst, in 1893 bij het binnenlandsch bestuur op Zuid-Celebes geplaatst en hij werd in 1896 controleur te Menado later te Gorontalo en op de Sangir-eilanden. In 1905 ging hij met verlof naar Europa en werd in 1906, na terugkeer in Indië geplaatst in de Molukken, waar hij tot 1912 controleur was op de Aroe-eilanden, te Saparoea en Amboina, waarna hij tot 1915 assistent-resident ter beschikking te Makassar was. Na een tweede jaar verlof in Europa te hebben doorgebracht was hij eerst 1916/1917 assistent-resident van Groot-Atjeh, daarna een jaar lang resident ter beschikking in Atjeh, tot in 1918 zijn benoeming volgde tot gouverneur van Atjeh en onderhoorigheden, welk ambt hij bekleedde tot Mei 1923.[9]

Sources

  1. Gelders Archief te Arnhem, BS Geboorte. Burgerlijke stand Gelderland, dubbelen, Zutphen, archief 207, inventaris­num­mer 1708, 01-05-1872, Zutphen, aktenummer 154. Permalink : https://permalink.geldersarchief.nl/F3C5DEB886FE4BDE8876311AF40BF3D5
  2. De directe aanleiding was, gelijk gemeld, het overleden van zijn oudste dochter, die in Nederland was achtergebleven, toen gouverneur Van Sluys tegen het einde van het vorige jaar van een kort verlof uit Europa naar Atjeh terugkeerde. Het verlies van zijn oudste kind heeft den krachtigen werker zoodanig aangegrepen, dat hij zich niet meer in staat gevoelde zijn bestuurstaak tot het einde van dit jaar, zooals oorspronkelijk in zijne bedoeling lag, vol te houden. De ontslagaanvrage is telegrafisch geschied en afgedaan.
  3. Roosje Roos RA 1899/339
  4. Familiebericht. "Middelburgsche courant". Middelburg, 04-05-1898, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010630210:mpeg21:p003
  5. Roosje Roos RA 1887/308
  6. Haags Gemeentearchief te Den Haag, BS Overlijden. Ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, 's-Gravenhage, archief 335-01, inventaris­num­mer 1620, 08-03-1939, Overlijdensakten Den Haag, aktenummer A524. Permalink : https://hdl.handle.net/21.12124/5C34F31F843545AEAF27C2022B8350D0
  7. Familiebericht. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 09-03-1939. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000052800:mpeg21:p008
  8. NEDERLANDSCH-INDIE.. "Deli courant". [Medan], 16-01-1923, p. 5. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKB15:000063013:mpeg21:p00005
  9. OUD-GOUVERNEUR VAN SLUYS † Eerste civiele bestuurder van Atjeh.. "Algemeen Handelsblad". Amsterdam, 09-03-1939. Geraadpleegd op Delpher op 08-02-2023, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBNRC01:000052800:mpeg21:p010

Zie ook:

Loading...

Is Albert Gerard Henri your ancestor? Please don't go away!

Login (free, instant) to comment or collaborate with our community of genealogists to make Albert Gerard Henri van Sluijs's profile the best it can be. Thank you!

Photos of Albert Gerard Henri: 1


Comments

There are no comments yet.



War of 1812 Connection Checkers: Albert Gerard Henri is 23 degrees from Francis Key, 23 degrees from Caleb Bentley, 20 degrees from Thomas Brisbane VIth of Brisbane, 24 degrees from Francis Dade, 23 degrees from William Harrison, 22 degrees from Andrew Jackson, 23 degrees from Dolley Madison, 22 degrees from Oliver Hazard Perry, 24 degrees from Mary Pickersgill, 22 degrees from Laura Secord, 23 degrees from John Stricker and 20 degrees from Arthur Wakefield

Login to find your connection.

WikiTree  >  V  >  van Sluijs  >  Albert Gerard Henri van Sluijs This page has been accessed 223 times.